Anna Sperber-Chlebowski

22 jaar

Anna Chlebowski is geboren op 8 december 1920 in Keulen als oudste dochter van Sara Durakovski en David Herman Chlebowski.
Het gezin Chlebowski woont aanvankelijk in Keulen en verhuist in 1932 naar Essen. De vader van Anna is vertegenwoordiger van verscheidene textielfirma’s. In hun huis op de Kastanienalle 38 heeft hij een magazijn van stoffen voor herenkleding en stoffen voor beddengoed.
Na de machtsovername van de nazi’s in 1933 worden de joden direct geconfronteerd met anti-maatregelen. In 1934 neemt de boycot al zulke sterke vormen dat het gezin het economisch steeds zwaarder krijgt. De moeder van Anna, Ella Durakovski geboren in 1901, sterft in Essen in 1935 op 33 jarige leeftijd .


Anna heeft twee zusters en een broer. Haar zus Ella word een jaar na Anna geboren op 6 november 1921 in Hola, Wlodawa, Lublin in Polen. Zij trouwt met Robert Heymann.  Zij wonen tijdens de oorlog op de Rheinischestrasse 58 in Essen, tot zij worden opgepakt en naar het ghetto in Izbica worden gedeporteerd. Beiden worden daar vermoord.

Haar broer Samuel Leib (Leo) – geboren op 23 januari 1924 – komt op 4 januari 1939 met een kindertransport naar Nederland. Hij komt samen met haar jongste zus Jetta. Zij is van 9 december 1929.  Beiden gaan op 4 januari 1939 naar het Rivierenhuis Ter Steeg in Rheden. Vervolgens gaat Leo op 14 februari 1939 naar de Vondelhof in Amsterdam en verblijft daar tot hij een plek krijgt op de Jeugd-Aliyah in Mijnheerensland begin september 1939. Jetta gaat vrijwel direct van Rheden naar Losser en verblijft daar in het KL Smit-oord.   

Anna is dan al in Nederland. Zij vlucht kort na de Kristallnacht vanuit Essen naar Amsterdam en komt per 23 november 1938 op de Roetersstraat 8-III in Amsterdam te wonen. Zij woont daar bij de familie J.W. Theil. Na een half jaar verhuist ze naar de Van Woustraat 195-III waar ze vanaf 11 mei 1939 een kamer huurt bij de fam. H.J. Veldkamp.
Haar jongste zus Jetta Chlebowski komt op 24 juni 1939 vanuit Losser bij haar wonen. Zij is dan 10 jaar en vertrekt, na een kort verblijf in Amsterdam, op 4 juli 1939 naar Engeland. Zij emigreert later naar Zuid-Afrika.

Vader David wordt op 11 juli 1939 na het vertrek van Jetta opgepakt en komt via Buchenwald, Neuengamme en Dachau op 5 juli 1941 weer in Buchenwald terug waar hij op 3 augustus 1941 sterft aan tuberculose.

Anna zelf vertrekt op 14 februari 1940 uit Amsterdam en gaat naar het werkdorp in de Wieringermeer. Haar broer vertrekt een maand later, op 15 maart 1940 naar Palestina.

In februari 1940 maakt ze, aangekomen in het werkdorp kennis met Gerhard Sperber, die daar al een jaar eerder is gearriveerd. Anna werkt in de huishouding en de tuinbouw en de naaivaardigheden die zij van huis uit mee heeft gekregen komen haar goed van pas. Na de ontruiming van het werkdorp op 20 maart 1941 behoren zowel Anna als Gert tot de 60 blijvers. En na de definitieve sluiting zoeken ze beide een plek bij een familie in de buurt van het werkdorp.
Anna vindt die bij de familie Leegwater in Schermerhorn, Gerhard bij de familie De Heer in de Middenbeemster in hoeve De Eendracht. Ze wonen dus bij elkaar in de buurt, op een afstand van zo´n 10 kilometer van elkaar ofwel een half uur fietsen.
Bijna twee jaar na hun kennismaking besluiten zij samen door het leven te gaan en verloven zich op 22 december 1941 in Alkmaar. 

Zij wonen en werken daar nog legaal. Dit verandert in april 1942. Dan kondigt de bezetter af dat Noord-Holland ‘Juden-rein’ gemaakt moet worden. Dit is het signaal voor Gerhard en Anna om te vertrekken. Zij gaan in eerste instantie naar Deventer waar ze op 9 april 1942 aankomen op de Papenstraat 45, de verzamelplaats voor joodse vluchtelingen op zoek naar een individuele hachshara woon- en werkplek.
Gerhard en Anna gaan samen met een aantal andere werkdorp-blijvers naar Almelo waar zij zich op 24 mei 1942 op de Werfstraat 11 vestigen.

Ze trouwen op 24 juli 1942 in Almelo. Maar genieten van hun bruidsweken is hen niet gegund. Op 10 augustus 1942 vaardigt de burgermeester van Almelo een bevel uit tot opsporing, aanhouding en voorgeleiding voor een aantal medebewoners van de Werfstraat. Zij zouden zonder de vereiste vergunning de gemeente hebben verlaten. Met deze omschrijving werden Joden aangeduid die waren ondergedoken.

Voor Gerhard reden om daadwerkelijk onder te duiken. Gerhard gaat verder als ‘Jan van den Berg’, de familienaam van Nel Leegwater-van den Berg uit Schermerhorn waar Anna na de ontruiming van het werkdorp een plek had gevonden. Hij verblijft eerst een paar weken in een pension in  Bennekom, in huize de Zonnebloem.

De pensionhouder verwacht gasten en acht het -met het oog op een mogelijk controle van hun gastenlijst- een te groot risico dat Jan van den Berg nog langer bij hen blijft. En vraagt aannemer Kranen die bij de pensionhouder aan de slag is of hij ‘Jan’ niet in huis kan nemen.

‘Jan’ komt de volgende dag praten en het klikt tussen ‘Jan’ en de familie Kranen. Hij kan bij familie Kranen blijven in een gezin met vijf kinderen. Vader Louis Kranen zit in het verzet en maakt deel uit van de verzetsgroep rondom Renkum. In het begin betaalt “Jan’ nog voor zijn verblijf en later verdient hij wat bij door werk te verrichten in de werkplaats (direct verbonden aan het huis) van de aannemer.

Toch blijft Gerhard ook daar niet lang, hij voegt zich in november 1942 bij Anna die inmiddels terug is in Amsterdam en daar al op 16 juli 1942 in dienst van de Joodse Raad op de crèche aan het werk is gegaan. Zij heeft daarvoor gewoond en gewerkt in een pension op de Plantage Franschelaan direct naast het Jeugdhuis voor de Joodse Raad. Op basis van de functie in de crèche – ze wordt door de Joodse Raad betiteld als naaister en sociaal helpster – heeft ze een sperr, en is daarmee voorlopig gevrijwaard van deportatie. Ook Gerhard krijgt op basis van de functie van zijn echtgenote een sperr.

Gerhard krijgt van de familie Kranen de boodschap mee dat Anna en hij altijd welkom zijn en dit krijgt gestalte als Gerhard bij de familie Kranen op bezoek gaat nadat hij via een kennis in Amsterdam heeft gehoord dat vader Kranen een ongeluk op het werk heeft gehad waarbij hij zijn oog is kwijtgeraakt.
Gerhard vertelt dan dat hij binnenkort vader wordt en krijgt van de familie Kranen te horen dat ze naar Renkum moeten komen als het zover is.

En in augustus 1943 kunnen ze terecht bij de familie  in Renkum. Anna kan bevallen in rusthuis ´t Hemeldal in Oosterbeek. Eigenaar is Eef Zwarts, één van de steunpilaren van de LO, de Landelijk organisatie voor hulp aan Onderduikers. Gerhard blijft bij de familie Kranen en Edith Irene wordt op 27 augustus 1943 in Oosterbeek geboren.

Het plan is om Irene als dochter van Dina en Louis Kranen in te schrijven in de gemeente Renkum. Het was heel aannemelijk dat Dina na anderhalf jaar volgende kind had gekregen. Maar dit zou niet gebeuren.
Binnen de verzetsgroep rondom Renkum was verraad gepleegd en de situatie binnen het gezin Kranen werd niet meer als veilig beschouwd en Gerhard en Anna gingen begin september 1943 met Irene terug naar Amsterdam.

Na in enkele gastgezinnen te zijn ondergebracht brengt Anna Sperber haar dochter Irene begin december naar een bakkersgezin in Drenthe. Via het verzet aldaar wordt Irene ondergebracht in Wierumerschouw in Groningen bij Antje en Jacob Croeze. Zij hebben twee kinderen en het verhaal dat de familie vertelt aan de omgeving is dat het meisje uit het Westen komt en een gezonde omgeving nodig heeft omdat haar moeder tbc heeft. Het meisje zou een nicht zijn van een goede kennis uit de stad Groningen en Marianne van Dijk heten. Antje Croeze noemde haar Irene maar de naam Ina was al ingeburgerd.  

Anna en Gert gaan in 1944 samen met ander Palestina Pioniers in Parijs deel uitmaken van het Franse verzet. In juli 1944 worden velen van hen gearresteerd, zo ook Anna en Gert. Na vele zware, langdurige verhoren met ernstige mishandelingen op het beruchte bureau Rue de la Pompe worden ze overgebracht naar kamp Drancy. Begin augustus staan de geallieerden al dicht bij Parijs en de Duitse SS-commandant van het kamp Drancy besluit met de trein te vertrekken met medeneming van 51 joodse gevangen waaronder Gert. Hij wordt met enkele andere Palestina Pioniers overgebracht naar kamp Dora-Mittelbau waar in ondergrondse ruimten raketten werden gemaakt. Gert wordt overgebracht naar kamp Nordhausen en komt daar om volgens de officiële lezing op 20 april 1945, mogelijk door een bombardement.   
Anna, van wie de Duitsers in Drancy niet haar Joodse identiteit hebben kunnen vaststellen, wordt medio augustus 1944 als politieke gevangene overgebracht naar het vrouwenkamp Ravensbrück waar ze om het leven wordt gebracht op 20 april 1945. Tien dagen later wordt kamp Ravensbrück bevrijd door het Rode leger.

Biografische gegevens

Familie

Dochter van

  • Sara Chlebowski-Durakovski *  onbekend  † 1935 in Essen en
  • David Herman Chlebowski  * 16-11-1899 in Lodz  † 03-08-1941 in Buchenwald

Laatste adres

Essen, Kastanienallee 38

Laatst bekende verblijfplaatsen in Nederland

  • 23-11-1938
    Amsterdam, Roeterstraat 8-III
  • 11-05-1939
    Amsterdam, van Woustraat 195-III
  • 14-02-1940
    Werkdorp Wieringen, Nieuwesluizerweg 42, Slootdorp (Wieringen)
  • 21-03-1941
    Schermerhorn, (fam. Leegwater)
  • 16-02-1942
    Amsterdam, Plantage Franschelaan 11-c
  • 11-08-1942
    Amsterdam, Deurloostraat 80-I
  • 01-12-1942
    Amsterdam, Tugelaweg 67-II
  • 18-07-1944
    Parijs, Gevangenis Fresnes
  • 15-08-1944
    Kamp Ravensbrück