Gerhard Bertold Sperber

24 jaar

Gerhard is geboren op 7 november 1920 in Berlijn-Schöneberg. Hij vlucht na de Kristallnacht naar Nederland en meldt zich als 18 jarige op 13 februari 1939 in het Werkdorp. Hij wordt opgeleid in de landbouw en noemt zich boer en melker.
Zijn moeder en jongere zus blijven in Berlijn. De moeder van Gerhard gaat op 2 maart 1943 samen zijn jongere zus Ruth (1926) op het 32e Oosttransport vanuit Berlijn naar Auschwitz waar zij direct na aankomst wordt vermoord.

Gerhard ontmoet zijn toekomstige echtgenote Anna Chlebowski in het Werkdorp. Zij arriveert er als 19 jarige op 14 februari 1940. Anna werkt in de huishouding en in de tuinbouw. Na bijna twee jaar besluiten zij samen door het leven te gaan en verloven zich op 22 december 1941 in Alkmaar.
Gerhard en Anna behoren tot de 60 blijvers die na de ontruiming van het Werkdorp op 20 maart 1941 mogen blijven om de lopende zaken af te handelen en de maatregelen tot de definitieve opheffing van het Werkdorp uit te voeren. Gerhard heeft na de definitieve sluiting van het Werkdorp op 1 augustus een werkplek gevonden bij de familie De Heer in de Middenbeemster in hoeve De Eendracht. Anna vindt een plek bij de familie Leegwater in Schermerhorn, dus ze wonen bij elkaar in de buurt, zo´n 10 kilometer van elkaar ofwel een half uur fietsen.

Zij wonen en werken daar nog legaal. Dit verandert in april 1942. Dan kondigt de bezetter af dat Noord-Holland ‘Juden-rein’ gemaakt moet worden. Dit is het signaal voor Gerhard en Anna om te vertrekken. Zij gaan in eerste instantie naar Deventer waar ze op 9 april 1942 aankomen op de Papenstraat 45, de verzamelplaats voor joodse vluchtelingen op zoek naar een individuele hachshara woon- en werkplek.
Gerhard en Anna gaan samen met een aantal andere werkdorp-blijvers naar Almelo waar zij zich op 24 mei 1942 op de Werfstraat 11 vestigen.            

Gerhard en Anna trouwen op 24 juli 1942 in Almelo. Maar  genieten van hun bruidsweken is hen niet gegund. Op de 10 augustus 1942 vaardigt de burgermeester van Almelo een bevel tot opsporing, aanhouding en voorgeleiding uit voor een aantal medebewoners van de Werfstraat. Zij zouden zonder de vereiste vergunning de gemeente hebben verlaten. Met deze omschrijving werden Joden aangeduid die waren ondergedoken.

Voor Gerhard reden om daadwerkelijk onder te duiken. Gerhard gaat verder als ‘Jan van den Berg’, de familienaam van Nel Leegwater-van den Berg uit Schermerhorn waar Anna na de ontruiming van het werkdorp een plek had gevonden. Hij verblijft eerst een paar weken in een pension in  Bennekom, in huize de Zonnebloem.

De pensionhouder verwacht gasten en acht het -met het oog op een mogelijk controle van hun gastenlijst- een te groot risico dat Jan van den Berg nog langer bij hen blijft. En vraagt aannemer Kranen die bij de pensionhouder aan de slag is of hij ‘Jan’ niet in huis kan nemen.

‘Jan’ komt de volgende dag praten en het klikt tussen ‘Jan’ en de familie Kranen. Hij kan bij familie Kranen blijven die bestaat uit een gezin met vijf kinderen. Vader Louis Kranen zit in het verzet en maakt deel uit van de verzetsgroep rondom Renkum. In het begin betaalt “Jan’ nog voor zijn verblijf en later verdient hij wat bij door werk te verrichten in de werkplaats (direct verbonden aan het huis) van de aannemer.

Toch blijft Gerhard ook daar niet lang, hij voegt zich in november 1942 bij Anna die inmiddels terug is in Amsterdam en daar op 16 juli 1942 in dienst van de Joodse Raad op de crèche aan het werk is gegaan. Op basis van deze functie, ze wordt door de Joodse Raad betiteld als naaister en sociaal helpster, heeft ze een sperr, en is daarmee voorlopig gevrijwaard van deportatie. Ook Gerhard krijgt op basis van de functie van zijn echtgenote een sperr.

Gerhard krijgt van de familie Kranen de boodschap mee dat Anna en hij altijd welkom zijn en dit krijgt gestalte als Gerhard bij de familie Kranen op bezoek gaat nadat hij via een kennis in Amsterdam heeft gehoord dat vader Kranen een ongeluk op het werk heeft gehad waarbij hij zijn oog is kwijtgeraakt.
Gerhard vertelt dan dat hij binnenkort vader wordt en krijgt van de familie Kranen te horen dat ze naar Renkum moeten komen als het zover is.

En in augustus 1943 kunnen ze terecht bij de familie  in Renkum. Anna kan bevallen in rusthuis ´t Hemeldal in Oosterbeek. Eigenaar is Eef Zwarts, één van de steunpilaren van de LO, de Landelijk organisatie voor hulp aan Onderduikers. Gerhard blijft bij de familie Kranen en Edith Irene wordt op 27 augustus 1943 in Oosterbeek geboren.
Het plan is om Irene als dochter van Dina en Louis Kranen in te schrijven in de gemeente Renkum. Het was heel aannemelijk dat Dina na anderhalf jaar haar volgende kind had gekregen. Maar dit zou niet gebeuren.
Binnen de verzetsgroep rondom Renkum is verraad gepleegd en de situatie binnen het gezin Kranen wordt niet meer als veilig beschouwd en Gerhard en Anna gaan begin september 1943 met Irene terug naar Amsterdam.

Na in enkele gastgezinnen te zijn ondergebracht brengt Anna Sperber haar dochter Irene begin december 1943 naar een bakkersgezin in Drenthe. Via het verzet aldaar wordt Irene ondergebracht in in Wierumerschouw in Groningen bij Antje en Jacob Croeze. Zij hebben twee kinderen en het verhaal dat de familie vertelt aan de omgeving is dat het meisje uit het Westen komt en een gezonde omgeving nodig heeft omdat haar moeder tbc heeft. Het meisje zou een nicht zijn van een goede kennis uit de stad Groningen en Marianne van Dijk heten. Antje Croeze noemde haar Irene maar de naam Ina is dan al ingeburgerd.      

Gerhard en Anna gaan naar Frankrijk en sluiten zich aan bij de Westerweelgroep, een verzetsorganisatie van christenen en joden die in zich richtte op het vinden en onderbrengen van pioniers op onderduikadressen, de eerste opvang van pioniers op weg naar Palestina en het zoeken van routes om via Belgie en Frankrijk naar Spanje te kunnen vluchten om uiteindelijk Palestina te bereiken. Ook de organisatie van de tochten naar Spanje is onderdeel het werk van de Westerweelgroep. Gerhard en Anna gaan samen met pioniers als Ernst Asscher deel uitmaken van een Joodse verzetsgroep in Parijs die wordt geleid door Ernst Appenzeller. De Parijse groep maakte deel uit van het overkoepelende Forces Francaises de l´Interieur (FFI). En hield zich bezig met wapentransporten, sabotage, overvallen op Duitse instellingen en het liquideren van verraders.

Op 18 juli 1944 worden Gerhard en Anna samen met 10 andere pioniers gearresteerd en opgesloten in het beruchte ‘Sicherheitsdienst’ bureau aan Rue de la Pompe in Parijs. Na zware verhoren worden de gearresteerden overgebracht naar kamp Drancy, een paar weken voor de bevrijding van Parijs. 

Begin augustus staan de geallieerden al dicht bij Parijs en de Duitse SS-commandant van het kamp Drancy besluit met de trein te vertrekken met medeneming van 51 joodse gevangen waaronder Gert. Hij wordt met enkele andere Palestina Pioniers overgebracht naar kamp Buchenwald en vervolgens doorgestuurd naar kamp Dora-Mittelbau waar in ondergrondse ruimten raketten werden gemaakt. Gert wordt overgebracht naar kamp Nordhausen en komt daar om volgens de officiële lezing op 20 april 1945. Ernst Asscher een andere Palestina-Pionier die ook in Nordhausen zat, verklaarde na de oorlog dat Gert omkwam bij het bombardement op Nordhausen van 3 op 4 april 1945.

Biografische gegevens

Familie

Zoon van

  • Johanna Sperber-Juris * 22-11-1886 in Berlijn † in 02-03-1943 in Auschwitz en
  • Karl Sperber * onbekend † onbekend 

Laatste adres

Berlijn, Neue Königstrasse 78 (Schöneberg)

Laatst bekende verblijfplaatsen in Nederland

  • 13-02-1939
    Werkdorp Wieringen, Nieuwesluizerweg 42, Slootdorp (Wieringen)
  • 28-07-1941
    Groot Schermer p.a. familie Koning
  • 11-09-1941
    Middenbeemster, Middenweg 196 p.a. familie De Heer
  • 09-04-1942
    Deventer, Papenstraat 45 ( De Korenbloem)
  • 24-05-1942
    Almelo, Werfstraat 11
  • 18-11-1942
    Amsterdam, Tugelaweg 67-II
  • 25-08-1944
    Kamp Buchenwald
  • 28-10-1944
    Kamp Dora-Mittelbau
  • 10-01-1945
    Kamp Nordhausen